Weigering te leveren is misbruik van economische machtspositie

Weigeren te leveren aan een zakelijke klant waarmee u in de clinch ligt voor de rechtbank, kan een vorm van misbruik van economische machtspositie zijn. Dat kan u erg veel geld kosten.

Opzegging

Een jachtwinkel heeft een concessie op de verkoop van een bepaald soort jachtgeweer. Op aandringen van de Duitse producent van het wapen splitst de onderneming haar activiteiten op in een winkel voor de eindverbruiker, en een distributiebedrijf voor België. Dat gebeurde in 1985. Na 35 jaar wordt de concessie echter redelijk abrupt stopgezet. De opzegging werd eind februari 2020 gegeven en gaat in op 1 juli 2020. De producent zal de kleinhandelaars in België voortaan zelf rechtstreeks bevoorraden.

De distributeur meent dat hij exclusiviteit heeft op de verkoop van de producten en eist een schadevergoeding. Op 30 april dagvaardt hij de producent. Maar ook de winkel komt in de problemen: door de opzegging van de concessie moet de winkel zich rechtstreeks tot de producent wenden om zich de wapens en accessoires te kunnen aanschaffen.

Weigering te leveren

Aanvankelijk lijkt de producent geen probleem te maken van het feit dat er een rechtszaak is tussen hemzelf en de zusteronderneming van de winkelier. Bestellingen worden geplaatst in juli en augustus, met geplande levering in oktober, en de winkelier krijgt zelfs een lijst met nieuwe producten en prijzen toegestuurd. Maar vooraleer de levering gebeurt, laat de producent weten dat er geen effectieve levering zal plaatsvinden zolang de zaak met de distributeur niet is opgelost.

Tegen die weigering stelt de winkelier een stakingsvordering in. De winkel vraagt aan de rechter om de producent te veroordelen wegens de leverings- en verkoopweigering – dus om de producent te dwingen alsnog te leveren en te verkopen.

Afhankelijkheid

De rechter onderzoekt of er sprake is van economische afhankelijkheid. Daarvoor is het niet ver zoeken: de concessie met de zusteronderneming loopt al 35 jaar. De winkelier verkoopt vooral, of vrijwel uitsluitend de merken van de producent (die erg hoog aangeschreven staan in het wereldje van de jacht. De rechter stelt vast dat de naam van de winkel (en van de distributeur) als het ware vergroeid zijn met die merken.

Hoewel dit wordt tegengesproken door de producent, blijkt het ook niet zomaar mogelijk om andere merken te verkopen. Zoals gezegd is er de kwaliteit van het betrokken product. Maar de winkel zit ook nog met een voorraad van onderdelen, die onverkoopbaar wordt als er zou overgestapt worden naar de merken van een andere producent.

De rechter volgt in grote mate de stelling van de winkel.
De verkoop van onderdelen is een belangrijk onderdeel van de omzet. Een winkel die zich specialiseert in een bepaald merk, kan niet zomaar overstappen naar een ander merk, omdat er voor die onderdelen geen alternatieven zijn.
Voor de rechter is de economische afhankelijkheid aangetoond.

Misbruik machtspositie

De rechter meent bovendien dat er ook misbruik is van de machtspositie.
De rechter wijst erop dat, nadat de concessie voor de distributeur werd stopgezet, er eerst nog gewoon werd gehandeld met de winkel. Pas eind oktober liet de producent aan de winkel weten dat de verkopen stopgezet zouden worden en de bestellingen geweigerd zouden worden zolang de zaak met de distributeur niet geregeld was. De winkel is echter geen partij in die zaak (behalve dan omdat ze de rechtsvoorganger was van de distribiteur). Volgens de rechter is er dan ook geen sprake van een agressieve houding van de winkel in die zaak en is er evenmin sprake van een vertrouwensbreuk.

Het komt de rechter eerder voor dat de producent druk wil zetten op de distributeur om tot een voor hem gunstige uitkomst of schikking te komen. Zodoende is de beslissing om niet te leveren geen economische beslissing van de producent, maar gewoon een drukkingsmiddel in de afhandeling van het dispuut met de distributeur.

Verplichting terug te leveren

De rechter veroordeelt de Duitse producent om de leverings- en verkoopweigering stop te zetten en koppelt daar een dwangsom aan van 10.000 euro per dag vertraging bij elke leveringsweigering, met een maximum van 100.000 euro. Of er intussen “schot in de zaak kwam” tussen de producent en de distribiteur weten we niet...

De Balanscentrale, onderdeel van de Nationale Bank van BelgiŽ (NBB), voert vanaf januari 2022 wijzigingen door die een impact kunnen hebben op de manier waarop u een jaarrekening neerlegt. Een neerlegging op papier is niet meer mogelijk, online wordt eenvoudiger.

De programmawet van eind 2021 voert een nieuwe responsabiliseringsbijdrage in voor werkgevers met een groot aantal werknemers op invaliditeit. Hoe kunt u die bijdrage vermijden?

Bestuurdersmandaten in een naamloze vennootschap of besloten vennootschap mogen niet in een arbeidsovereenkomst gegoten worden. Wat niet betekent dat een bestuurder geen werknemer zou kunnen zijn, maar evident is het niet.

We gebruiken cookies om uw taalvoorkeur bij te houden en surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer weten[OK]