Uw verhuurder houdt niet van thuiswerk

Als een huurder het gehuurde gebouw voor beroepsdoeleinden gebruikt, dan is de verhuurder belastbaar op de huurinkomsten en niet op het kadastraal inkomen, dat veelal lager zal liggen. In dit coronatijdperk hebben we massaal thuis leren werken en velen zouden dat ook graag blijven doen. Maar wat denkt de verhuurder daarvan?

De verhuurder is een fysieke persoon

Als u, als natuurlijk persoon, een onroerende goed verhuurt aan een andere natuurlijke persoon die het goed niet voor beroepsdoeleinden gebruikt, dan bent u belastbaar op het geïndexeerde kadastraal inkomen, verhoogd met 40%.

Verhuurt u aan een vennootschap, een vzw of aan een natuurlijke persoon die het goed wél voor beroepsdoeleinden gebruikt, zelfs gedeeltelijk, dan is er belasting verschuldigd op de netto-huur. De netto-huur berekent u door de huurprijs en alle huurvoordelen die u int, te verminderen met 40%.
U moet daar nog een kleine berekening aan toevoegen: de forfaitaire kostenaftrek van 40% mag niet hoger zijn dan 2/3 van het gerevaloriseerde kadastraal inkomen.

Voorbeeld
Even concretiseren.

U heeft een onroerend goed met een KI van 1.200 euro.

U vraagt een maandelijkse huur van 700 euro. D.w.z.: 8.400 euro op jaarbasis.

De indexatiecoëfficiënt van het onroerende inkomen is 1,8630.

De revalorisatiecoëfficiënt voor het KI bedraagt 4,63.

Verhuurt u aan een particulier, dan bedraagt uw belastbaar inkomen:

1.200 euro x 1,8630 + 40% = 3.129,84 euro.

Verhuurt u aan een vennootschap of aan iemand die het goed beroepsmatig gebruikt, dan bedraagt uw belastbaar inkomen:

8.400 euro – de forfaitaire kosten:

hetzij: 40% van 8.400 (= 3.360 euro), d.i. 5.040 euro;

hetzij: 4,63 x 1.200 x 2/3 (= 3.704 euro), d.i. 4.696 euro.

Het belastbaar inkomen bedraagt dus (8.400 euro – 3.360 euro): 5.040 euro.

Zou u bijvoorbeeld 800 euro huur per maand vragen, dan is 40% van 9.600 euro (= 3.840 euro) hoger dan 4,63 x 1.200 x 2/3 (= 3.704 euro) en wordt de forfaitaire aftrek tot dat laatste bedrag beperkt. Het belastbaar inkomen bedraagt dan: 5.896 euro.

De huurder en beroepsgebruik

U merkt het: u wil écht wel weten of uw huurder het onroerend goed voor beroepsdoeleinden zal gebruiken. En de fiscus gaat daar erg ver in: als uw huurder een Oostendenaar is die in Hasselt een appartementje huurt om dichter bij zijn werk te zijn, dan kan die huurder argumenteren dat hij de woning huurt omwille van beroepsdoeleinden. Zijn voordeel: de huur wordt dan een aftrekbare beroepskost.
Als de fiscus dat aanvaardt, krijgt u als verhuurder de rekening voorgeschoteld!

Het kan ook zijn dat uw huurder zijn huurlasten aan zijn werkgever mag “doorfactureren”, omdat die werkgever eist dat de huurder binnen een bepaalde omtrek van het werk komt wonen. In dat geval trekt de huurder de huurlast niet af, maar zijn werkgever wel. En opnieuw is het de verhuurder die geconfronteerd wordt met een veel zwaardere belastingfactuur.

Alleen voor de échte huurprijs

Toch even wat geruststellend nieuws: de regel dat een beroepsmatig gebruik van het gehuurde goed leidt tot belasting op de nettohuur, slaat enkel op de situatie waarin de huurprijs zelf als beroepskost geboekt werd. Als uw huurder bijvoorbeeld zijn internetverbinding terugbetaald krijgt of als hij een tussenkomst krijgt in bepaalde onderhoudswerken, dan heeft dat niet tot gevolg dat u als verhuurder plots veel meer belasting zal moeten betalen.

Coronathuiswerk

Begin 2021 verblijdde de fiscus heel wat belastingplichtigen met een algemene circulaire over de thuiswerkvergoeding: sinds februari mag de werkgever aan het personeel een belastingvrije forfaitaire kantoorvergoeding uitbetalen van 129,48 euro per maand (tot september 2021 mocht dat zelfs 144,31 euro zijn).

Wie de circulaire aandachtig leest, ziet dat die vergoeding allerlei kosten moet dekken, ook de kosten voor het "gebruik van een kantoorruimte bij de werknemer thuis (inclusief huur en eventuele afschrijvingen van de ruimte)”.

Met andere woorden: de werkgever keert aan zijn personeel een som geld uit, onder andere om de huur te betalen, en trekt die vervolgens af. Leidt dit dan niet tot een “beroepsmatig gebruik van het onroerend goed”? De minister van Financiën kreeg die vraag voorgeschoteld in het Parlement.

In eerste instantie bevestigt hij dat de nettohuur principieel belastbaar wordt als de werkgever de huur van de werknemer betaalt en die vervolgens in aftrek brengt.

Maar voor de belastingvrije kantoorvergoedingen wil hij wel een uitzondering maken. Het staat buiten kijf dat de huurder het onroerend goed voor beroepsdoeleinden gebruikt, maar zolang hij zijn werkelijke kosten niet inbrengt, waarbij hij de huurprijs in aftrek brengt van zijn belastbaar inkomen, zal de verhuurder niet op de nettohuur belast worden.

Als een werknemer kosten maken in opdracht van, of ten voordele van zijn werkgever, dan zal de werkgever die kosten in principe terugbetalen. Dergelijke betalingen zijn 'kosten eigen aan de werkgever'. Ze zijn niet belastbaar in hoofde van de werknemer en zijn gewoon aftrekbaar in hoofde van de werkgever. In principe moet de werknemer de echtheid en het bedrag van de uitgave bewijzen, maar er bestaan uitzonderingen, zoals voor verblijfskosten.

Vandaag mogen werknemers drie keer per jaar een dag ziek zijn zonder dat ze daarvoor een medisch attest moeten voorleggen. Werkgevers met minder dan 50 werknemers kunnen van deze regel afwijken. Maar er ligt intussen al een nieuw wetsvoorstel op tafel dat de afschaffing van het ziektebriefje uitbreidt naar drie keer drie dagen per werknemer, per kalenderjaar en dat voor alle bedrijven, ongeacht hun omvang.

Als proactieve ondernemer speurt u voortdurend naar nieuwe businessopportuniteiten. Maar nieuwe klanten aanwerven vraagt tijd Ún een sluitende strategie. Een overtuigend intakegesprek is een goed begin. In dit artikel delen we vijf tips waarmee het eerste formele contact met nieuwe klanten op wieltjes loopt.

We gebruiken cookies om uw taalvoorkeur bij te houden en surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer weten[OK]