Interestvoet bij betalingsachterstand handelstransacties

De interestvoet die van toepassing is bij een betalingsachterstand in handelstransacties wordt om de 6 maanden bepaald. Het percentage ligt al vijf jaar op 8%. Enkel in het tweede semester van 2019 ging dat percentage even naar 8,5%. In het eerste semester van 2020 ging het terug naar 8% en dat blijft ook zo in het tweede semester van 2022.

Handelstransacties

De rentevoet geldt enkel voor handelstransacties. Volgens de toepasselijke wet zijn dit transacties tussen ondernemingen of tussen ondernemingen en aanbestedende overheden of aanbestedende diensten die leiden tot het leveren van goederen of het verrichten van diensten tegen vergoeding (het gaat om kleinere overheidsopdrachten waarbij de overheid de afnemer van de dienst is).
De rentevoet is ook van toepassing op transacties tussen vrije beroepers, zelfstandigen en non-profitbedrijven.

De interestvoet geldt daarentegen niet:
a) in burgerlijke zaken;
b) in transacties tussen een handelaar en een particulier;
c) in fiscale zaken;
d) in sociale zaken.

De interest is van rechtswege en zonder ingebrekestelling verschuldigd als de schuldenaar niet betaalt binnen de wettelijke of de overeengekomen betalingstermijn.

Let wel: de partijen kunnen een andere regeling afspreken voor de wijze waarop een betalingsachterstand vergoed moet worden.

Andere interestvoeten

De interest wegens betalingsachterstand bij handelstransacties mag niet verward worden met de wettelijke interestvoet. Die laatste wordt slechts één keer per jaar vastgelegd. Momenteel bedraagt de wettelijke interest 1,5%.
De wettelijke interestvoet is van toepassing in burgerlijke zaken (zoals privézaken tussen natuurlijke personen) en op transacties tussen handelaars en particulieren (zogenaamde handelszaken).
Ook hier geldt als regel dat de partijen een andere regeling (en meer in het bijzonder een ander tarief) kunnen overeenkomen.

In fiscale zaken maken we een onderscheid tussen nalatigheidsinteresten (die u als belastingplichtige verschuldigd bent als u te laat betaalt) en moratoriuminteresten (die de Schatkist aan u betaalt bij een laattijdige terugbetaling van belastingen).
Het tarief van de nalatigheidsinteresten hangt af van het tarief van de lineaire overheidsobligaties op 10 jaar. Voor 2022 werd de rentevoet van de nalatigheidsinteresten vastgelegd op 4%.
De rentevoet van de moratoriuminteresten is gelijk aan de helft van die van de nalatigheidsinteresten (dus 2%). Dat blijft wellicht ook zo in 2023.

Ten slotte is er ook nog de rentevoet voor sociale zaken: daar geldt een vast tarief van 7%.

Als een werknemer kosten maken in opdracht van, of ten voordele van zijn werkgever, dan zal de werkgever die kosten in principe terugbetalen. Dergelijke betalingen zijn 'kosten eigen aan de werkgever'. Ze zijn niet belastbaar in hoofde van de werknemer en zijn gewoon aftrekbaar in hoofde van de werkgever. In principe moet de werknemer de echtheid en het bedrag van de uitgave bewijzen, maar er bestaan uitzonderingen, zoals voor verblijfskosten.

Werknemers zijn in principe niet aansprakelijk voor de schade die ze in de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst toebrengen aan de werkgever of aan derden. Het is slechts in uitzonderlijke situaties dat zij toch aansprakelijk gesteld worden.

De investeringsaftrek is een fiscale aftrek die u als ondernemer ontvangt wanneer u investeert in beroepsmatige activa. Als u die activa ter beschikking stelt van derden, krijgt u die investeringsaftrek niet. Er zijn enkele uitzonderingen. Maar wat als u activa heeft die slechts gedeeltelijk onder een uitzondering vallen.

We gebruiken cookies om uw taalvoorkeur bij te houden en surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer weten[OK]