Geen kapitaalvereiste voor de besloten vennootschap

Sinds de inwerkingtreding van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) op 1 mei jl. is het aantal vennootschapsvormen herleid tot vier. Veel aandacht gaat uit naar de besloten vennootschap en in het bijzonder naar de afschaffing van het kapitaalconcept. Waarom kiezen voor deze vennootschapsvorm?

De besloten vennootschap (BV) is een vennootschap met volkomen rechtspersoonlijkheid zonder kapitaal waarin de aandeelhouders slechts hun inbreng verbinden.
De bepalingen in het WVV die specifiek van toepassing zijn op de BV vinden we terug in Boek 5 (art. 5:1 - 5:158) van Deel 2. De vennootschappen.

Eigen vermogen

In de BVBA bedraagt het minimumkapitaal 18.550 euro waarvan bij de oprichting minimaal 6.200 euro moet worden volstort. De nieuwe BV wordt opgericht zonder kapitaal en zonder een vast minimumbedrag aan inbreng. Bij de oprichting moet de BV wel over een voldoende of toereikend eigen vermogen beschikken in het licht van de voorgenomen bedrijvigheid. Vóór de oprichting van de vennootschap moeten de oprichters aan de notaris een financieel plan bezorgen waarin ze het bedrag van het aanvangsvermogen verantwoorden voor een periode van ten minste twee jaar. Het eigen actief en passief van de BV is te onderscheiden van het vermogen van de aandeelhouders.
De oprichting kan enkel bij authentieke (notariële) akte. Die oprichting kan gebeuren door één persoon. De vennootschap verkrijgt rechtspersoonlijkheid vanaf de dag van de neerlegging van de oprichtingsakte.

Aandelen

De aandeelhouders bepalen zelf de aard en de omvang van de inbrengen.
In ruil voor een inbreng kan een aandeel worden uitgegeven. De aansprakelijkheid van de aandeelhouders is in principe beperkt tot hun inbreng. De BV moet minstens één aandeel uitgeven. Aan minstens één aandeel moet stemrecht zijn verbonden. In de BVBA waren de winstverdelingsrechten en het stemrecht altijd evenredig aan de inbreng van de respectieve vennoten. Dit blijft zo in de BV tenzij de aandeelhouders hiervan uitdrukkelijk afwijken. Om een bepaalde (belangrijke) aandeelhouder meer zeggenschap te verlenen, kan men dus wijken van de regel "1 aandeel = 1 stem en is meervoudig stemrecht mogelijk.

Statuten

De statuten van de BV kunnen de vennootschap openstellen voor iedereen. Het "besloten" karakter van de BV is dus relatief.
Wat die statuten betreft is er een wezenlijk verschil met de statuten van de BVBA nl. veel meer mogelijkheden om af te wijken van het WVV.
De statuten kunnen in de vrije overdraagbaarheid van de aandelen voorzien en bepalen dat de aandeelhouders uit de vennootschap kunnen treden ten laste van haar vermogen.
Wel krijgen de aandeelhouders van een nieuwe BV de mogelijkheid om hun respectieve rechten conventioneel te bepalen. Zowel de verdeling van de winstverdelingsrechten als het stemrecht (zie supra) kunnen in de statuten gemoduleerd worden.

Aansprakelijkheid

De oprichters zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de verbintenissen van de vennootschap bij een faillissement binnen drie jaar na de verkrijging van de rechtspersoonlijkheid, als het aanvangsvermogen bij de oprichting kennelijk ontoereikend was voor de normale uitoefening van de voorgenomen bedrijvigheid over ten minste twee jaar.

Bestuur

De BV wordt bestuurd door één of meer bestuurders die al dan niet een college vormen, en die natuurlijke of rechtspersonen zijn.
Bestuurders kunnen in deze hoedanigheid niet door een arbeidsovereenkomst met de vennootschap zijn verbonden.

Algemene vergadering

Ieder jaar moet ten minste één algemene vergadering worden gehouden in de gemeente, op de dag en het uur bij de statuten bepaald (cfr. de BVBA).
Nieuw is dat het bestuursorgaan en, in voorkomend geval, de commissaris, de algemene vergadering bijeenroepen binnen de drie weken wanneer aandeelhouders die een tiende van het aantal uitgegeven aandelen vertegenwoordigen, dat vragen.
Herinner. In een BVBA gebeurt dit op verzoek van de aandeelhouders/vennoten die een vijfde van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen.

Als een werknemer kosten maken in opdracht van, of ten voordele van zijn werkgever, dan zal de werkgever die kosten in principe terugbetalen. Dergelijke betalingen zijn 'kosten eigen aan de werkgever'. Ze zijn niet belastbaar in hoofde van de werknemer en zijn gewoon aftrekbaar in hoofde van de werkgever. In principe moet de werknemer de echtheid en het bedrag van de uitgave bewijzen, maar er bestaan uitzonderingen, zoals voor verblijfskosten.

Beheert u uw klantrelaties nog via Excel? Laat het nieuwe jaar het signaal zijn om over te stappen naar een professioneel crm-systeem. Want customer relationship management is een topprioriteit in elk bedrijf, en daar hoort een toptool bij.

Wordt u opgeslorpt door uw werk? Lijdt uw gezin onder uw ondernemerschap? Vreest u een burn-out of depressie? Dit artikel geeft u vijf bruikbare tips om de balans tussen werk en privé te bewaren.

We gebruiken cookies om uw taalvoorkeur bij te houden en surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer weten[OK]